
Het is geweldig om behalve sierplanten ook smulplanten in de tuin te hebben. Denk bijvoorbeeld aan sappige appels, zoete pruimen, heerlijke peren, verse aardbeien.
HEERLIJK FRUIT VOOR IEDERE TUIN
Aardbeien kunnen overal groeien, ook in hangpotten aan de muur. Voor een paar bessenstruiken is altijd wel plek; tussen sierplanten passen ze perfect. Veel fruitboompjes zijn in struikvorm te koop of als duo(appel)boompjes zelfs met verschillende rassen aan één boompje. Er zijn zelf boompjes die niet in de breedte groeien maar alleen in de hoogte en wel lekkere appels geven (de ‘Ballerina’s). Die vragen nauwelijks ruimte en groeien zelfs goed in een ruime pot. Dus wat houdt u nog tegen?
GROOTFRUIT EN KLEINFRUIT
In de professionele fruitteelt wordt met twee begrippen een soort hoofdindeling aangegeven: grootfruit en kleinfruit. Onder grootfruit vallen alle fruitsoorten die aan bomen groeien, bijv., appels, peren, kersen, pruimen. Met kleinfruit worden alle fruitsoorten bedoeld die aan struiken groeien, dus o.a. veel soorten bessen, bramen, frambozen enzovoorts. Vruchten van vaste planten, zoals aardbeien en ananaskers, worden gemakshalve ook tot het kleinfruit gerekend. Soms wordt nog een derde categorie onderscheiden en dat is kasfruit, bijv. kasdruiven. En dan is er natuurlijk ook nog exotisch fruit, zoals mango’s en papaya’s.
De keuze is reuze
Als particuliere fruitteler heeft u de keuze uit een enorm aantal fruitsoorten. Het kan heel leuk zijn om juist voor oude, weinig commerciële rassen te kiezen die een heerlijke smaak hebben of andere bijzondere eigenschappen die speciaal voor een ‘thuisteler’ erg aantrekkelijk zijn. Zo helpt u bovendien mee aan de instandhouding van oude rassen.
Er zijn ook veel minder gebruikelijke fruitsoorten die lekkere vruchten geven om zo te eten of om jams, compotes en sappen van te maken.
Nieuw is niet altijd beter
Ieder jaar verschijnen er nieuwe rassen van allerlei groot- en kleinfruitsoorten. Vaak als eindresultaat van 10 tot wel 20 jaar research en kweek in een bepaalde richting (met een bepaald doel), bijvoorbeeld een betere ziekteresistentie of een hogere opbrengst. Zulke rassen komen uiteraard het eerst beschikbaar voor de professionele fruittelers die er ervaring mee opdoen en er hun brood mee verdienen. Voor de particulier zijn al langer bestaande, betrouwbaar gebleken fruitrassen eigenlijk veel interessanter. De keuze is veel groter en waarom zou u iets kweken dat ook in de winkel ligt?
VOORBEELDEN VAN GROOTFRUIT
Abrikoos
Dit worden aardige boompjes. Ze kunnen zelfs vrij sterk groeien, daarom niet te veel stikstofrijke mest geven. Geef in februari-maart een goede basisbemesting. Abrikozen in november planten. Liefst in losse, kalkhoudende, humusrijke grond. Wel op een warme, beschutte, zonnige plek. De voor ons klimaat geschiktste cultivars, zoals ‘Bredase’ en ‘Tros Oranje’ dragen redelijk en zijn eind juli-begin augustus rijp. Oogsten als de vruchten geeloranje zijn en al geuren.
Appels en peren
Dit zijn de twee belangrijkste soorten grootfruit. Hoewel er zelfbestuivende rassen zijn, is kruisbestuiving tussen twee of meer rassen (die tegelijk moeten bloeien) voorwaarde voor een echt goede vruchtzetting. Zo passen bijv. ‘Cox’ Orange Pippin’ en ‘James Grieve’ goed bij elkaar. Bij de peren is ‘Conference’ een goed zelfbestuivend ras, maar u krijgt meer vruchten door kruisbestuiving met bijv. ‘Clapp’s Favourite’. Maar dit zijn vrij algemene rassen. Het combineren wordt al veel lastiger als u voor oude rassen kiest. Ons advies: laat u bij aanschaf goed informeren over de juiste rassenkeuzes en ga ervanuit dat u vrijwel altijd meer dan één ras zult moeten aanplanten om een rijke oogst te krijgen. Oude rassen leveren vaak verrukkelijke vruchten, maar ze kennen ook zogenaamde beurtjaren, d.w.z. het ene jaar dragen ze bijzonder rijk en een jaar erop kan dat veel minder zijn.
Kersen
Hoewel er zoete kersen zijn die op een zodanige onderstam zijn geënt dat de boom qua omvang binnen de perken blijft, de meeste kersenbomen worden te groot voor de gemiddelde particuliere tuin. U kunt beter voor een zure-kersenras kiezen, bijv. ‘Morel’, maar daar moet u dan wel van houden. Morellen zijn heerlijk voor de jambereiding. De boompjes blijven vrij klein, waardoor u de vruchten ook beter tegen vogels kunt beschermen.
Perzik
Perziken houden van warmte. Plant ze voor een op het zuiden gerichte muur, zonnig en beschut. Koop alleen absoluut virusvrije planten. Dat staat op de strookjes aan de stam.
Teelt als leiboom is ook mogelijk.
Pruimen
Pruimen zijn makkelijke vruchtbomen. Ze worden niet enorm groot, maar de opbrengst is meestal zeer goed. Pruimenbomen geven een redelijke opbrengst na zelfbestuiving. Er zijn diverse groepen pruimen: van de groene ‘Reine Claudes’ en andere handpruimen tot de stevige bakpruimen of kwetsen die o.a. voor vlaaivullingen worden gebruikt. Een goed ras met eigenschappen tussen beide uitersten in is ‘Czar’ met paarsblauwe, vrij kleine, lekker fris smakende, stevige pruimen. Heel bekend is ook ‘Reine Victoria’ met grote, zoete, langwerpige, rode vruchten.
VOORBEELDEN VAN KLEINFRUIT
Aardbeien
Er zijn twee grote groepen aardbeien: Eénmaal dragende rassen die een korte tijd heel veel opbrengst geven en doordragende rassen die voortdurend bloeien en vruchten geven (maar veel minder tegelijk). Die produceren door tot het in de herfst te koud voor ze wordt. Er is ook nog een kleine derde groep: de verrukkelijk smakende en geurende bosaardbeitjes en de rassen die daarvan zijn afgeleid.
Bij de ‘eenmaal dragende’ rassen bestaan vroege, middelvroege en late rassen. De zeer vroege zijn minder aan te bevelen (dat zijn meer kasaardbeien), goede middelvroege rassen (vanaf mei bloeiend en dragend) zijn o.a. ‘Gorella’ en ‘Senga-Sengana’; een goed laat ras is ‘Talisman’. Doordragers (tot ver in september) zijn bijv. ‘Rabunda’ en ‘Ostara’.
Frambozen
Daarvan zijn twee soorten: zomerframbozen en herfstframbozen. De naam geeft de periode aan waarin u vruchten van deze soorten kunt plukken. Maar er is nog een verschil: bij zomerframbozen groeien de vruchten aan scheuten die het jaar ervoor zijn gevormd. Bij herfstframbozen verschijnen ze aan scheuten die in hetzelfde jaar zijn gevormd. Bij beide soorten verschijnen de vruchten alleen aan jonge scheuten. De oude scheuten mogen dus verdwijnen als de vruchten zijn geoogst.
Bessen
Er zijn verschillende soorten bessen: rode bessen, witte bessen, zwarte bessen en kruisbessen. Bessenstruiken groeien goed op de meeste grondsoorten. Alleen erg arme grond en te natte groeiplekken worden niet gewaardeerd. Een beetje schaduw wordt goed verdragen. Bessenstruiken vragen weinig verzorging. Geef ze in het voorjaar een goede basisbemesting. Goed snoeien is het belangrijkste. De snoei verschilt per soort.
Witte bessen hebben een voller en iets zoeter aroma dan rode bessen en nog een groot voordeel: de vogels zien ze niet. Die zien vooral rode, gele en oranje vruchten. Zwarte bessen bloeien vrij vroeg in het jaar. De opbrengst kan te lijden hebben van late nachtvorst of koud weer, doordat de bestuivende insecten het dan te koud vinden om hun werk te doen en er dus weinig bevruchting plaats heeft. Kies daarom liefst een wat later bloeiend ras, zoals ‘Black Reward’. Zwarte bessen zijn vers niet lekker, maar ze zijn heerlijk in jams en sappen (‘cassis’ wordt met zwarte bessen gemaakt). Er zijn kruisbesrassen met rode en met groenwitte vruchten. De rode smaken zoeter. Vraag bij aanschaf om een ras dat weinig gevoelig is voor meeldauw. De oudere kruisbesrassen kunnen daar veel last van hebben.
Bramen
De gekweekte bramenrassen geven grotere vruchten dan hun wilde familieleden. Bramen groeien overal waar voldoende humus in de grond zit. Zorg dus ieder voorjaar voor voldoende organische mest, zoals compost. Verder stellen ze nauwelijks eisen. Iets schaduw wordt verdragen, maar op een zonnige plek is de opbrengst groter.
Er zijn stekelige en doornloze rassen. De vruchten van een doornloos ras zoals ‘Thornless Evergreen’ smaken iets minder dan die van hun gedoornde soortgenoten (bijv. ‘Himalaja’). De oogstperiode verschilt enigszins per ras, maar begint meestal in augustus en loopt door tot in de herfst. U kunt regelmatig doorplukken, want de vruchten rijpen niet allemaal tegelijk.
Ook leuk om te proberen
Er zijn allerlei hybridenrassen gekweekt, met als ouders bramen, frambozen, zwarte bessen enz., die vaak heerlijke vruchten geven en als bramen of zwarte bessen moeten worden behandeld. Er zijn o.a. Boysenberry’s, T-berry’s, Youngberry’s met meestal grote framboos- of braamachtige vruchten en ieder een eigen smaak. Sommige zijn vers erg lekker, andere (de Loganbes bijv.) smaken erg zuur (vanwege het hoge vitamine C-gehalte), maar zijn heel goed in jams of sappen. De vruchten zijn, net als die van frambozen en bramen, tamelijk kwetsbaar. Ze laten zich allemaal uitstekend invriezen.
Druiven
Door de langzaam voortschrijdende klimaatverandering wordt de druiventeelt buiten in de volle grond in Nederland steeds beter mogelijk. De rassen die het hier goed doen, moeten vooral vroeg rijpen. Voor rassen die pas in oktober oogstbaar zijn, is het hier te vroeg in het jaar al te koud en de lichtintensiteit is op onze breedte dan ook al veel minder dan in de landen ten zuiden van ons.
De strakke snoei die voor de teelt van fraaie trossen dessertdruiven nodig is, is in de privétuin minder aantrekkelijk (want bewerkelijk) en minder nodig. Het is veel leuker om een druif over een pergola, veranda of tuinhuisje te laten groeien. Eén keer per jaar snoeien (vóór eind januari, absoluut niet later in verband met het sterke bloeden van de planten als de sapstroom op gang komt) en verder alleen maar oogsten (in september) van de honderden trosjes heerlijke druiven die aan zo’n vrij wild groeiende plant verschijnen. Een nog altijd heel goed en lekker smakend ras met grote opbrengst aan blauwe druiven is ‘Boskoop Glory’. Voor witte druiven is ‘Witte van der Laan’ een goede keuze, maar er komen steeds meer nieuwe rassen beschikbaar.



