
MINERALEN EN SPORENLEMENTEN
Uit de bodem halen planten o.a. stikstof, fosfor, kalium, calcium, magnesium en ijzer en sporenelementen, zoals koper, borium, zink en mangaan. Al deze voedingsstoffen worden in opgeloste vorm via de wortels opgenomen. Doordat planten in een tuin dicht op elkaar staan en omdat natuurlijk afval, zoals bladeren en dode plantenresten, vaak wordt verwijderd, ontstaat er soms een tekort aan voedingsstoffen in de bodem. Het is daarom belangrijk dat u deze voedingsstoffen in de bodem op peil houdt; deze voedingsstoffen zorgen niet alleen voor de groei en bloei van de planten, maar verbeteren ook hun weerstand en gevoeligheid.
Bodemmoeheid
Bodemmoeheid ontstaat doordat een plant een speciaal pakket voedingsstoffen uit de grond haalt, waardoor die grond langzamerhand verarmt en ook de structuur kan verslechteren. Door bodemmoeheid kunnen schadelijke bodemaaltjes in de bodem toenemen. Als planten gebrek aan bepaalde voedingsstoffen hebben, laten ze dat vooral door bladverkleuringen en groeiveranderingen zien (gebreksverschijnselen).
Teeltwisseling en bemesten
In de moestuin wordt dit tegengegaan door na elkaar steeds andere gewassen te telen volgens een bepaald wisselschema. In de siertuin is dat veel minder mogelijk. Het is aan te raden geen exemplaar van dezelfde soort terug te planten op de plaats waar een plant wordt gerooid. Dus zet geen roos waar al een roos heeft gestaan. Afrikaantjes en goudsbloemen kunnen ook helpen om bodemaaltjes te bestrijden. Daarnaast is tijdig bemesten soms nodig om bodemmoeheid te voorkomen
Houdt u aan de voorschriften
Lees voordat u extra voedingstoffen toedient altijd goed de gebruiksaanwijzing, sommige stoffen mogen niet tegelijk gegeven worden. Daarnaast moet u waken voor ‘overbemesting’ of bemesten op het verkeerde moment. Dit verstoort de bodem met alle gevolgen van dien voor de planten en het bacterieleven in de bodem.
NPK-STOFFEN
De belangrijkste voedingsstoffen zijn stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K). Op elke meststofverpakking staan de letters NPK met daarachter het percentage van de voedingstof in de totale meststof (bijv. NPK 12-10-18).
N - Stikstof
Stikstof is belangrijk voor een gezonde groei van de groene delen van planten. Het is een bouwstof voor de opbouw van eiwitten in de cellen. Wees wel voorzichtig met stikstof. Een teveel aan stikstof veroorzaakt problemen met de plantencellen, het is van invloed op de celgrootte en werking van de cellen. Een te ruime stikstofvoorziening veroorzaakt slappe, waterrijke planten die nogal gevoelig zijn voor aantasting door ziekten en parasieten.
P - Fosfor
Fosfor zorgt voor een gezond wortelstelsel, bloem- en zaadgroei en vruchtrijping bij de plant. Een grasveld bijvoorbeeld heeft continue behoefte aan fosfor. Een opmerkelijk gegeven is dat fosfor het belangrijkste is in de eerste groeifase van de plant. Daarom moet een pas aangelegde tuin al direct over voldoende fosfor beschikken.
K - Kalium
Kalium zorgt voor stevigheid, bescherming tegen droogte en weerstand tegen ziekten. Als u te veel stikstof heeft gestrooid, kunt u daartegen wat extra kalium geven. Dit herstelt het evenwicht zonder dat de plant verzwakt. Kalium heeft ook een belangrijke functie in de waterhuishouding van de planten en de grond. Het zorgt ervoor dat de plant zuinig omgaat met water.
ORGANISCHE OF BIOLOGISCHE MESTSTOFFEN
Voor een rijke bodem
Organische meststoffen zijn samengesteld uit natuurlijk grondstoffen (van plantaardige of dierlijke oorsprong). Planten nemen niet direct organische stoffen op maar alleen de mineralen. Als er organische meststoffen in de tuin worden gebruikt, moeten die dus eerst tot hun minerale vorm worden afgebroken. Dat gebeurt in de bodem. Door dit proces wordt het bodemleven bevorderd en verbetert de structuur. De planten halen pas na het afbraakproces geleidelijk de voedingsstoffen uit de bodem die ze nodig hebben.
Welke organische mest?
U zou gedroogde stalmest kunnen geven., maar organische meststoffen zijn ook – heel handig- te koop in poeder- of granulaatvorm. Er zijn zelfs mengsels die bacteriën bevatten die weer een extra verrijking vormen van het bodemleven. Gebruik wel de juiste dosering. Die staat altijd op de verpakking vermeld.
Tips organische meststoffen
- Onder stalmest verstaan we koeienmest, die oud, redelijk droog en flink met stro gemengd moet zijn.
- Bloed-, hoorn- en beendermeel worden gemaakt uit dierlijk afval. Er worden poeders en korrelvormige meststoffen van gemaakt. Het zijn langdurig werkende meststoffen die de bodem uitstekend verrijken. Beendermeel bevat veel kalk.
- Kippenmest is de meest kalkrijke meststof. Geef dit dus niet aan planten die van zure grond houden. Er zit ook vrij veel stikstof in.
- Paardenmest bevat veel organisch materiaal. Het wordt snel afgebroken door het bodemleven en is dus heel goed voor de bodem. Maar let wel op de herkomst. Er kan vrij veel zout in zitten als het bijvoorbeeld bij maneges vandaan komt waar de paarden veel gebruik maken van likstenen.
- Gebruik liever geen varkensmest. Daar kunnen allerlei stoffen in vrij hoge concentraties in zitten die niet echt goed zijn voor planten (veel koper bijv.).
- Oude champignonaarde kan bestrijdingsmiddelen bevatten.
- Ook een hele goede algemene bodemverbeteraar is compost.
MINERALE MESTSTOFFEN (KUNSTMEST)
Minerale meststoffen worden kunstmatig samengesteld in de fabriek. Door toepassing van deze (kunst-)meststoffen worden de planten rechtstreeks voorzien van de juiste voedingsstoffen. Het zorgt dus voor een directe groeistoot bij planten, maar verrijkt de bodem niet. Het bodemproces wordt voor het grootste deel overgeslagen en bij overmatig gebruik kan de bodem er zelfs door verarmen. Ook kunnen planten die in te sterk bemeste grond groeien gevoeliger worden voor ziekten waardoor de toepassing van bestrijdingsmiddelen steeds vaker noodzakelijk blijkt. Houdt u aan de geadviseerde dosering om overbemesting te voorkomen.
SPECIALE MESTSTOFFEN
Er zijn speciale meststoffenmengsels samengesteld voor verschillende plantengroepen. De ene plant heeft nu eenmaal meer behoefte aan bepaalde voedingsstoffen dan de andere. De hoofbestanddelen bestaan vrijwel altijd uit de gangbare meststoffen aangevuld met kleine hoeveelheden sporenelementen. Zo zijn er speciale mengsels voor bijvoorbeeld zure-grondplanten, buxus, hortensia’s, rozen, coniferen, klimplanten enz. Er zijn ook speciale meststoffen voor het gazon, bijvoorbeeld stikstofvrije najaarsmest die wel de wortelgroei stimuleert, maar de bladgroei niet.
WANNEER BEMESTEN?
In het voorjaar
Veel planten moeten tijdens het groeiseizoen een enorme prestatie leveren, zeker als ze bloemen en vruchten moeten vormen. Daar zijn veel bouwstoffen voor nodig. Het is dan ook het beste aan het begin van het seizoen te bemesten. Houdt wel minimaal een maand aan na het kalken. Het mag een organische meststof zijn, maar een speciale kunstmeststof is ook prima.
Wanneer kunstmest geven?
Kunstmest wordt na de basisbemesting weer gegeven als dat nodig is, bijvoorbeeld als er veel voeding van de planten is afgenomen (door snoeien of maaien) of als ze ziek zijn (geweest). Maximaal eens in de zes weken. Het werkt, zoals gezegd, direct op de planten in en versterkt de groei. Kunstmest niet meer toepassen na begin september, omdat de plantengroei langzamer moet gaan verlopen en de planten afgehard de winter in moeten gaan.
Wanneer organische meststof geven?
Voor organische mest luistert het bemestingsmoment minder nauw. Die meststoffen werken langzaam, ze kunnen in principe het hele jaar door worden gegeven. Toch is het beter om na midden augustus geen organische mest meer te geven, omdat organische mest langer doorwerkt dan kunstmest. Bovendien kunnen zich vanaf augustus op uitgestrooide organische meststoffen schadelijke schimmels ontwikkelen. Eventueel kunt u rond de langste dag (21 juni) nog een keer tussendoor mesten. Veel planten maken dan namelijk een tweede groeigolf door en kunnen dan wel extra voedsel gebruiken.
Winterslaap
Stop met het toedienen van voedingsstoffen in de herfst en winter. De planten zijn dan in rust en hebben geen extra voedingsstoffen nodig, behalve misschien kalk (en/of magnesium) Stikstofvrije gazonmest mag ook. Dat is erg goed voor de wortelvorming van het gras.
Bemestingskalender
1 Kalkbemesting (eventueel) tussen november en uiterlijk begin februari.
2 Organische (biologische) bemesting (gedroogde koemest, compost, bloedmeelkorrels) vanaf half maart. Geef daarmee een goede, lang werkende basisbemesting.
3 Kunstmest (bijv. NPK 12-10-18) eenmaal in de 4 tot 6 weken tot eind augustus.
Hoeveelheid mest
Met organische mest kunt u bijna niets fout doen, of u zou het in zulke enorme hoeveelheden moeten opbrengen dat er zware overbemesting ontstaat. Met kunstmest moet u, zoals gezegd, wel oppassen. Te veel kunstmest kan planten aantasten, de organische stoffen afbreken en dus het biologisch evenwicht in de grond verstoren. Kruidachtige gewassen, zoals vaste planten, kunnen snel ‘verbranden’ bij een overmaat aan meststof. Er mogen geen kunstmestkorrels tegen de bladstelen komen, dus strooi de meststof gewoon tussen de planten door.
Kom snel naar de winkel om ons assortiment te bekijken!




