Oprichting van landbouwverenigingen
In 1896 weet Pater Gerlachus van den Elsen met zijn charisma, visie en organisatietalent veel Brabantse boeren in beweging te brengen. Hij maakt de boeren duidelijk dat ze de handen ineen moeten slaan om tegenwicht te kunnen bieden aan de industriële opkomst in die tijd. Zo staat deze ‘boerenapostel’ aan de wieg van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB). In korte tijd groeide deze bond uit tot een toonaangevende organisatie. De boerenbond functioneert als een beweging van, voor en door boeren.
Coöperatieve organisaties
De Boerenbond is onder andere zo succesvol, omdat samenwerking ook voor elke individuele boer aantrekkelijk is. Dit ‘welbegrepen eigenbelang’ krijgt praktisch gestalte in tal van coöperatieve organisaties: van boerenleenbank tot aankoopcoöperaties, van onderlinge verzekeringen tot veilingen. Deze organisaties zijn onderling nauw verbonden.
Samenwerking van Boerenbonden
In 1911 besluit een aantal Boerenbonden in de omgeving van Eindhoven tot de oprichting van de Coöperatieve Handels Vereniging. De CHV heeft als doel de grootschalige inkoop van bedrijfsbenodigdheden en het geven van voorlichting aan boeren. Het centrum van de toenmalige CHV (opgegaan in het hedendaagse Cehave Landbouwbelang) wordt de Boerenbond in Woensel. In Limburg voltrekt zich een gelijksoortig proces waarbij de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB) een belangrijke rol speelt. Veel plaatselijke Boerenbonden in Limburg zien aanvankelijk echter geen heil in een centrale organisatie, waardoor het proces hier langer duurt.
De Tweede Wereldoorlog
Om aan de greep van de Duitsers te ontkomen, wordt in de Tweede Wereldoorlog aan de leden van de standsorganisaties gevraagd hun lidmaatschap op te zeggen. De boeren geven hieraan massaal gehoor. Om het werk toch voort te kunnen zetten, worden door de ‘ondergedoken’ Boerenbonden geheime coöperatieve aan- en verkoopverenigingen (CAV) opgericht. Na de oorlog laait de discussie op hoe de boerenorganisaties nu verder moeten. Verdeeldheid, interne strijd en belangenverstrengeling zorgen ervoor dat het nog enkele jaren duurt voordat de standsorganisaties hun werk weer kunnen voortzetten.
Groothandel of winkel?
Al vanaf de oprichting weet ook de burger de weg naar de Boerenbond te vinden. Vooral op het platteland hebben veel burgers een moestuin, een melkgeit, één of twee keer per jaar een varken, en dat allemaal voor eigen gebruik. Doordat de Boerenbond zich steeds meer richt op de burger en de huishoudelijke aspecten van het boerengezin, verandert langzaam de functie en het assortiment van de Boerenbondwinkels. Naast veevoeders en kunstmest worden ook bouwmaterialen, huishoudelijke artikelen en zelfs artikelen als koffie, vleeswaren en pudding aangeboden.
Steeds meer een echte winkelformule
In de jaren zeventig en tachtig voltrekt zich de overgang van boerengroothandel naar consumentenwinkel in rap tempo. Naast de professionele afnemer (agrariër) wordt steeds meer de dorpsbewoner benaderd. Mede hierdoor worden de Boerenbonden steeds meer als een winkelformule gezien. Aanvankelijk wordt overal de aloude vertrouwde naam Boerenbond gebruikt. Later wordt in Brabant voor de grote, meer bouwmarktgerichte winkels, de naam Boerenbond + Bouwmarkt toegepast. In het midden van de jaren tachtig wordt deze laatste naam zelfs omgezet in BB (voor Binnen en Buitenplezier). Voor de aansturing van de winkels wordt gekozen voor aparte coöperaties; voor Limburg is dat Landwinkel B.V. en voor Brabant Agrorama B.V. (dochteronderneming van Cehave)
De fusie
In januari 1998 komt een fusie tot stand tussen de Boerenbondwinkels (de Limburgse Landwinkel en de Brabantse Agrorama) en het noordelijke Cebeco Welkoop Beheer. De nieuwe organisatie krijgt de naam Agri Retail en heeft in één klap 235 aangesloten winkels in heel Nederland. De eigendomsrechten van de winkels blijven bij de coöperaties en de particuliere ondernemers, die onder de vlag van de voormalige fusiepartners zijn toegetreden tot de formule. De diverse winkelformules worden samengevoegd tot één formule, die onder twee namen verdergaat: BoerenBond in het zuiden en Welkoop in het noorden van het land.
Eén uitstraling voor alle winkels
Na een geslaagde proef in Friesland in 2002 wordt besloten de winkels in het hele land dezelfde uitstraling te geven. Voor het assortiment van de winkels onderscheidt Agri Retail vijf hoofdgroepen: tuin, dier, agrarisch, doe-het-zelf en kleding/huishoudelijke producten.
Verstand van buiten leven
In 2001 gooit Agri Retail het roer om en wordt de basis gelegd voor een vernieuwde winkelformule. Dit is noodzakelijk, omdat steeds minder boeren en steeds meer consumenten hun weg vinden naar de winkels van BoerenBond en Welkoop. Hoog in het vaandel staat nog steeds de ‘boerengedachte’, maar in de moderne plattelandswinkels gaat steeds meer aandacht naar het buitenleven.
Het buitenleven vindt u terug in alle facetten van de winkel. Dat begint bij binnenkomst: een herkenbare uitstraling, seizoensbeleving, een vriendelijk woord en een uitgekiend buitenlevenassortiment. En niet te vergeten de kennis over alles wat met dier en tuin te maken heeft: Verstand van buiten leven