Je puppy uitlaten

Droom je van eindeloze wandelingen met je nieuwe hond? Terecht. Maar voordat jullie er onbezorgd op uit kunnen trekken, moet jouw pup nog leren aan de lijn te lopen en mag hij de eerste maanden nog niet zo lang en ver wandelen. Verwacht dus niet te veel van die eerste blokjes om en bereid je goed voor.

Eerst vaccineren

Je kunt je pup pas met een gerust hart in contact brengen met andere dieren wanneer hij gevaccineerd is. Zo loopt je hond geen risico ziektes (zoals parvo en kennelhoest) te krijgen van vreemde, niet gevaccineerde honden. Ook slootwater wil je vermijden in verband met de ziekte van Weil.

Zodra je pup een pootje buiten de deur zet, wordt hij bovendien een aantrekkelijke gastheer voor wormen, vlooien en teken. Laat hem dus tijdig preventief behandelen tegen parasieten of doe dat in overleg met de dierenarts zelf. Voor vragen kan je altijd terecht in 1 van onze winkels.

Plassen doen we buiten

Een belangrijke reden om naar buiten gaan, is natuurlijk dat je pup moet plassen of poepen. Om die reden wil je sowieso elke twee uur met hem naar buiten. Ga na de plas nog even door met de wandeling en het spelen. Pups zijn slim genoeg om hun plas op te houden als ze weten dat de wandeling daarmee lekker wordt verlengd. 

Socialiseren

Buiten zijn betekent contact maken met andere dieren, met kinderen en verkeer. Dat is allemaal uitstekend voor jouw pup, want in die eerste weken zit hij nog vol in het socialisatieproces. Hij moet leren hoe hij zich dient te gedragen, zowel thuis als buiten de deur. Houd er wel rekening mee dat die ervaringen enorm veel indruk op hem maken. Beperk ze dus tot maximaal één nieuwe activiteit per dag en laat je pup daarna even een tukkie doen om alles te verwerken.

Niet in je bek!

Zoals je misschien wel weet, verkent een hond de wereld met zijn bek. Daar heb je binnenshuis ongetwijfeld al rekening mee gehouden, maar buiten heeft niemand zich op jullie komst voorbereid. Voedselresten, stokjes, peuken, giftige planten: het ligt allemaal voor het oppakken op straat. Wees dus heel alert en vertrouw nooit op het beoordelingsvermogen van je pup. Een eenvoudige klimop kan al een bedreiging vormen. Op de website van het Landelijk Informatiecentrum voor Gezelschapsdieren (LICG) vind je een lijst met giftige planten.

Spelen: houd het kort en leuk

Niets is feestelijker dan het oprechte enthousiasme waarmee honden elkaar kunnen begroeten. Maar laat je hond niet te lang met andere honden spelen. Het skelet van jouw pup is volop in de groei en mag nog niet te veel belast worden. Als er toch wordt gespeeld, dan het liefst met een sociale, volwassen hond die ongeveer even groot en even zwaar is als jouw pup. Anders kunnen er blessures ontstaan. Speel niet met stokken: dat kan een flinke verwonding aan tong of keel opleveren. Laat jouw pup ook nog geen bal apporteren, want hard rennen en plotseling remmen of van richting veranderen is voor een puppenlijf te belastend. Balansoefeningen (zoals lopen over een balk of omgevallen boom) zijn daarentegen prima.

Hoe lang mag je pup bewegen?

Onthoud altijd dat gedoseerde beweging goed is voor de spierontwikkeling en coördinatie van jouw pup. Het sleutelwoord is ‘gedoseerd’, want te veel wandelen is niet goed en te weinig ook niet. Houd per levensmaand ongeveer 5 minuten per wandeling aan. Als jouw pup drie maanden oud is, wil je dus niet langer dan 15 minuten per keer de hort op gaan. Doe dat maximaal vier keer per dag (op de snelle plasjes na) en houd deze berekening zeker de eerste acht maanden aan.

Moe?

Als je pup gaat liggen en niet meer verder wil, is hij waarschijnlijk moe. Ook als hij tijdens de wandeling achterblijft, of hijgt en gaat zitten. Respecteer die signalen en neem hem lekker mee naar huis. Je wilt niets forceren. De kans is groot dat hij zijn mand opzoekt en meteen in slaap valt.