De vacht van je hond verzorgen

De vacht van een hond moet je goed verzorgen. Zeker als je hond wat langere haren heeft is dat heel belangrijk. Bij het verzorgen van de vacht is het belangrijk dat je hond het niet vervelend vindt. Daarom moet je veel oefenen. Begin daarmee als de hond nog jong is. Pups wennen vaak makkelijk aan borstelen. Oefenen is heel eenvoudig. Raak je hond gewoon overal aan. Aai hem rustig over zijn rug, borst, poten en buik. Als hij dat niet erg vindt, begin je voorzichtig met borstelen. Probeer wat je hond prettig vindt en ga niet te lang door. Stop op tijd en kijk ook eens tussen zijn tenen en in zijn bek.

Typen vacht

Kort haar

Kortharige honden zijn onderverdeeld in drie vachttypen. De kort stokhaar, de ruwhaar en de gladhaar. 

Stokhaar

Stokharige honden hebben een dubbele vacht: een korte en zachte ondervacht met daarover korte en stevige dekharen. Honden met deze vacht zijn Labradors, Herdershonden en Rottweilers. Twee keer in het jaar verliezen zij hun ondervacht tijdens de ruiperiode. Naast de ruiperiode verliezen deze honden het gehele jaar door hun dekharen. Borstel het dekhaar één keer per week met een rubberen borstel om vuil en losse haren te verwijderen.

Ruwhaar

Ruwharige honden hebben een dubbele vacht, een korte ondervacht en een korte deklaag. Honden met deze vacht zijn ruwharige teckels, schnauzers en Airdale Terriers. Ruwharige honden verschillen net weer van de rest, want bij hun verhaart de ondervacht niet, maar juist de dekharen. Bij deze vacht moet je 2 a 3 keer per jaar het dekhaar (laten) verwijderen. Dat heet plukken. Verzorg je hond wekelijks met een grove vachtkam en een rubberen borstel. Plukken kun je het beste in een trimsalon laten doen.

Gladhaar

Gladharige honden hebbe korte, stevige dekharen zonder een ondervacht. Honden met deze vacht zijn Dobermans, Jack Russel Terriërs en Boxers. Deze honden verliezen het gehele jaar hun vacht en hebben geen vaste ruiperiode. Om de week je hond borstelen zorgt voor een glanzende vacht en het verwijderen van losse haren. Let op dat je niet te vaak en te hard borstelt, hier komen namelijk meer haren voor terug.

Half lang haar

Honden met half lang haar zijn onder te verdelen in twee vachttypen. De halflang haar met weinig ondervacht en de halflang stokhaar met veel ondervacht.

Halflang haar met weinig ondervacht

Deze vacht heeft lange dekharen met daaronder weinig ondervacht. Honden met deze vacht zijn Border Collies, Cavelier King Charles Spaniëls en Cocker Spaniëls. Een aantal keer per jaar verliezen zij hun ondervacht en is het dagelijks borstelen geen overbodige luxe. Buiten de ruiperiode om is één keer per week borstelen voldoende.

Halflang stokhaar met veel ondervacht

Dit is een dubbele vacht: een donzige ondervacht en lange dekharen. Honden met dit vachttype zijn Berner Serners, Duitse Herdershonden en Golden Retrievers. Twee keer in het jaar verliezen zij hun ondervacht tijdens de ruiperiode. Naast de ruiperiode verliezen deze honden het gehele jaar door hun dekharen. Het is daarom verstandig om de hond één keer per week goed te borstelen om vuil en losse haren te verwijderen en om klitten eruit te halen. Vaker borstelen kan er voor zorgen dat je hond meer gaat verharen.

Lang haar

Langharige honden zijn onder te verdelen in twee vachttypen. De kroeshaar en de langhaar met veel ondervacht.

Kroeshaar

Een kroesharige vacht bestaat voornamelijk uit een spiraalvormige ondervacht die blijft groeien. Honden met dit vachttype zijn poedels, Bichon Frisee en de Coton de Tulear. Verzorg de vacht goed want deze verhaart het hele jaar door. Verwijder losse haren met een slickerborstel en controleer op klitten met een vachtkam. Hoe langer het haar, hoe vaker er geborsteld moet worden. Kroesharige honden mogen dagelijks tot wekelijks geborsteld worden en altijd van beneden naar boven borstelen.

Langhaar met veel ondervacht

De langharige vacht heeft een dubbele vacht, een lange ondervacht en lange dekharen. Honden met deze vachttype zijn Boomer, Birard en Bobtail. Dit type vacht heeft veel verzorging nodig. De hond verliest het hele jaar door haren en er ontstaan snel klitten. Daarom is het verstandig om de hond elke dag goed te borstelen om de klitten eruit te halen, vuil en losse haren te verwijderen. Werk altijd van onderen naar boven. Grote klitten verwijder je met een schaar. Omdat de vacht blijft groeien moet je deze regelmatig laten knippen.

Belangrijke plaatsen

  • Oren
    Controleer de oren regelmatig op haargroei. Het is belangrijk dat de gehoorgangen vrij zijn. Trek nooit haren uit. Dit kan ontstekingen veroorzaken.
  • Poten
    Knip haar dat tussen de tenen groeit weg. Anders ontstaan kussentjes die lastig zijn bij het lopen.
  • Oksels en broek
    Honden met een lange en halflange vacht krijgen snel klitten in hun oksels. Dit kan pijn doen bij het lopen. Kam deze plekken zorgvuldig. Ook aan de achterkant van de achterpoten (de broek) ontstaan snel klitten.
  • Rond de anus
    Knip regelmatig haar weg rond de anus. Anders kan ontlasting in de vacht blijven hangen.

Wassen    

Was je hond als hij vies is met een goede hondenshampoo. Die reinigt en herstelt een beschadigde vacht en je hond gaat er heerlijk fris van ruiken. Gebruik een hondenshampoo die past bij de vacht van jouw hond. Er is ook speciale shampoo tegen roos en schilfers of antiklit shampoo voor langharige honden.