Gebitsproblemen bij een hond.
80% van alle honden ouder dan drie jaar heeft gebitsproblemen. En dat is niet zonder risico. Zo kan ontstoken tandvlees zelfs zorgen voor problemen met hartkleppen, lever of nieren. Daarom is het belangrijk om gebitsproblemen tijdig op te merken.
Hoe ziet het hondengebit eruit?
Honden zijn carnivoren, dus echte vleeseters. Dat zie je ook wel aan hun tanden.
Puppy
Een puppy wordt geboren zonder tanden. Vervolgens groeien de eerste melktanden. Na 5 tot 7 maanden krijgen ze het blijvende gebit. Het is goed om rond die tijd naar de dierenarts te gaan. Deze kan controleren of het wisselen goed is gegaan.
Volwassen hond
Een volwassen hond heeft kleine snijtanden, sterke en scherpe hoektanden en grote knipkiezen. Daarmee kunnen ze vlees van botten afknagen en stukken vlees afscheuren en vasthouden.
.jpg?q=80)
Het gebit van je hond controleren
Controleer het gebit van je hond regelmatig. Til de lippen van je hond op. Bekijk de voortanden, hoektanden en kiezen – ook de kiezen die helemaal achteraan zitten. Begin er al mee wanneer je hond nog jong is. Zo went hij er snel aan.
Gezond gebit
Zijn de tanden wit en is het tandvlees roze van kleur? Dan is er sprake van een gezond gebit.
Slecht gebit
Bij problemen, spreken we van een slecht gebit. Je merkt dan het volgende op:
- Stinkende adem
- Bruine aanslag op tanden of kiezen
- Rood of bloedend tandvlees
- Losse of uitvallende tanden
Merk je verder dat je hond veel kwijlt en dat hij minder wil eten? Dit zijn allemaal signalen die wijzen op een ontsteking. Maak in dat soort gevallen meteen een afspraak met je dierenarts.

Tandplak weghalen. Honden krijgen - net als mensen - vaak een witte of gele aanslag op hun tanden en kiezen. Dat noem je tandplak. Poets het weg, als je dit ziet. Doe je dat niet, dan kan het uitharden naar tandsteen.
Alles voor de gebitsverzorging van je hond:






