De natuurlijke manier tegen een plaag
Bij een tuinplaag of plaagdieren grijpen naar een chemisch middel? Is niet altijd nodig.
Tegenwoordig is er voor vrijwel elke plaag een milieuvriendelijke oplossing. De handmatige of natuurlijke manier. Denk aan lieveheersbeestjes tegen bladluis of een slakkenval om slakken te vangen.

Milieuvriendelijke oplossing.
Natuurlijke middelen werken anders dan een chemisch middel. Ze hebben soms wat meer tijd nodig voordat het effect zichtbaar is. Maar, ze zijn zeker net zo effectief. En zijn een stuk duurzamer.
Handmatige manier tegen tuinplagen:
Natuurlijke hulp bij een tuinplaag
Bij verschillende tuinplagen kun je natuurlijke hulp inzetten: aaltjes of lieveheersbeestjes bijvoorbeeld. Dat zijn natuurlijke vijanden van verschillende plaagdieren. En het mooie: deze oplossing is veilig voor bodem, bijen en biodiversiteit.
De natuurlijke hulp die je inzet, heeft wel de juiste omstandigheden nodig om het werk goed te doen. Zo moet de lucht- of grondtemperatuur geschikt zijn.

Ontdek tuinplagen en natuurlijke hulp:
Bladluizen
Waar zitten ze? In de tuin, vooral op jonge scheuten van rozen of bonen.
Hoe te herkennen? Kleine groene of zwarte beestjes. Het blad raakt misvormd: krullerig en plakkerig.
Welke natuurlijke hulp inzetten? Gaasvlieg of larven van lieveheersbeestjes.
Benodigde minimale temperatuur? 15°C luchttemperatuur
Varenroumug en trips (larven)
Waar zitten ze? Vooral bij kamerplanten of in een kas bij jonge planten.
Hoe te herkennen? Kleine zwarte vliegjes boven potgrond, vooral te zien bij het water geven. Bij trips: zilverachtige streepjes op het blad.
Welke natuurlijke hulp inzetten? Aaltjes.
Benodigde minimale temperatuur? 10°C luchttemperatuur
Bloedluizen
Waar zitten ze? Vooral in het kippenhok, in kieren en onder zitstokken.
Hoe te herkennen? Ze zitten overdag verstopt en zitten ’s nachts op de kip. Je kippen zijn ’s nachts onrustig. Ze kunnen bleker worden en minder eieren gaan leggen. In het kippenhok zie je rode/grijze puntjes in de kieren, onder de zitstokken ‘stofachtige’ groepjes en verder soms bloedsporen.
Welke natuurlijke hulp inzetten? Roofmijt.
Benodigde minimale temperatuur? 10°C luchttemperatuur
Coloradokever (larven)
Waar zitten ze? Vooral in de moestuin: op het blad van aardappelplanten.
Hoe te herkennen? Op de bladeren zie je dikke rood-oranje larven met zwarte puntjes.
Welke natuurlijke hulp inzetten? Aaltjes.
Benodigde minimale temperatuur? 10°C grondtemperatuur
Engerlingen
Waar zitten ze? Vooral in het gazon: bij graswortels
Hoe te herkennen? Je ziet in de grond witte, C-vormige larven. Het gras heeft schade met gele, dode plekken of laat los.
Welke natuurlijke hulp inzetten? Aaltjes.
Benodigde minimale temperatuur? 12°C grondtemperatuur
Emelten
Waar zitten ze? Vooral in het gazon of op jonge groenteplantjes
Hoe te herkennen? In de grond zie je gladde, grijsbruine larven. Je ziet schade aan het gazon (kale plekken) of aan de jonge aanplant (jonge plantjes vallen om). Het gras of de plantjes lijken te zijn afgesneden.
Welke natuurlijke hulp inzetten? Aaltjes.
Benodigde minimale temperatuur? 10°C grondtemperatuur
Mieren
Waar zitten ze? Vooral op de bestrating: onder tegels van terras of oprit
Hoe te herkennen? Je ziet zandhoopjes en ziet mierenpaden op warme, droge plekken, bijvoorbeeld langs randen van tegels of in het gras.
Welke natuurlijke hulp inzetten? Aaltjes.
Benodigde minimale temperatuur? 10°C grondtemperatuur
Slakken
Waar zitten ze? Vooral tussen hosta’s en andere zachte planten in vochtige borders of moestuin
Hoe te herkennen? Je ziet gaten met rafelige randen in het blad en slijmsporen op tegels, potten of bladeren. Onder bladeren, planken en stenen vind je slakken.
Welke natuurlijke hulp inzetten? Aaltjes.
Benodigde minimale temperatuur? 5°C grondtemperatuur
Taxus- en snuitkever (larven)
Waar zitten ze? Vooral in potgrond bij taxus of rododendron.
Hoe te herkennen? Plant gaat slap hangen, ook al geef je water. In de pot of grond zie je witte larven.
Welke natuurlijke hulp inzetten? Aaltjes.
Benodigde minimale temperatuur? 5°C grondtemperatuur




