In dit artikel:
- Wat verandert er?
- Basisverzorging
- Wanneer dierenarts bellen?
Wat verandert er bij een ouder paard?
Ouder worden gaat geleidelijk, maar je kan het op meerdere vlakken bij je paard merken. Hieronder lees je de belangrijkste veranderingen, met advies over wat je kan doen om je oudere paard zo goed mogelijk te ondersteunen.
Spieren
De vertering van eiwit gaat steeds moeilijker bij oudere paarden. En juist eiwitten zijn nodig voor gezonde spieren. Daarom ligt spierafbraak op de loer. Om dat te vertragen, is het nodig om voer met hoogwaardige eiwitten te geven. Soms is ook het eiwitgehalte in senior paardenvoer wat hoger.
Gebit
Oude paarden krijgen vaker gebitsproblemen. De wortels van tanden lopen terug in kwaliteit. De kiezen slijten door de jaren heen. Je merkt dit aan proppen maken (halfgekauwd voor wordt weer uitgespuugd), langzamer eten of gewichtsverlies.
Een fijne keuze voor je paard is seniorvoer dat bestaat uit kleine brokjes die snel uit elkaar vallen. Bijvoorbeeld wanneer je ze nat maakt. Ook een zachte muesli of slobber is fijn. Deze zijn door de zachtere structuur makkelijker te kauwen en ook licht verteerbaar.
Spijsvertering
Oudere paarden nemen minder goed voedingsstoffen op. Denk aan eiwitten, vezels en mineralen. Dat kun je ook merken aan dat je paard misschien dunner wordt. Je wil dus voldoende voedingsstoffen geven, maar ook weer niet de lever of de nieren overbelasten.
Zorg ervoor dat er voldoende, goed verteerbare vezels zitten in het rantsoen. Bijvoorbeeld (ontsuikerde) bietenpulp en luzerne. Dit compenseert de verminderde spijsvertering en zo houd je de darmen gezond.
Aanbevolen voor senior paarden:
Kraakbeen
Paarden op de seniorleeftijd kunnen last krijgen van artrose. Het kraakbeen dat in de gewrichten zit, slijt dan langzaam weg. Soepel bewegen gaat lastig en bewegen doet zelfs pijn. Toch is beweging juist dan belangrijk.
Heeft jouw paard inderdaad artrose? Zorg dan voor regelmatige,
rustige beweging. Bijvoorbeeld dagelijks stappen, bij voorkeur in rechte lijnen.
Daarnaast kun je overwegen een supplement te geven dat de aanmaak van kraakbeen
ondersteunt.
Gevoerde deken. Voor oudere paarden kan een gevoerde deken extra comfort geven.
Weerstand
Het immuunsysteem wordt minder sterk. Dat maakt dat oudere paarden een lagere weerstand hebben. Ook lukt het ze minder goed om bijvoorbeeld zelf vitamine C aan te maken uit glucose, iets wat bij (jongere) paarden gewoonlijk goed lukt.
De weerstand kun je ondersteunen met een rantsoen dat rijk is aan antioxidanten, zoals vitamine C en E, en de vetzuren omega 3 en omega 6.
Vaccineren blijft ook belangrijk, ook op latere leeftijd. Overleg met je dierenarts welk vaccinatieschema past bij jouw paard.
Ouderdomsziekte
Tegen de twintig jaar aan, krijgen veel paarden de ouderdomsziekte PPID (Cushing). Deze ziekte verstoort de hormoonbalans. Je merkt het bij je paard aan dat hij slomer wordt en een langere, krullerige vacht krijgt. Ook kan je paard slechter gaan verharen.
Oudere paarden met PPID zijn gevoelig voor zetmeel en suiker. Houd hier rekening mee bij het kiezen van een rantsoen. Kies bijvoorbeeld een suikerarm ruwvoer, want ruwvoer vormt toch het grootste aandeel van het totale rantsoen. Daarnaast zijn medicijnen nodig om ergere klachten te voorkomen.
Basiszorg voor senior paarden: waar op letten?
Dagelijks / Wekelijks
- Observeer je paard: eetlust, kauwgedrag, houding en energie.
- Geef eerst ruwvoer en daarna krachtvoer. Dat kan de spijsvertering gunstig helpen. Meng het krachtvoer eventueel met water, om het zachter te maken.
- Vermijd krachtvoer dat snelle energie levert (bijvoorbeeld door granen of veel suiker en zetmeel). Kies voor senior krachtvoer dat langdurige energie geeft, bijvoorbeeld door lijnzaadolie en goed verteerbare vezels.
- Geef je paard dagelijks (lichte) beweging. Ga je rijden, besteed dan extra aandacht aan een goede warming-up en cooling-down.
Maandelijks
- Meet je paard met een meetlint en kijk naar de bespiering. Wordt je paard dunner, pas dan het rantsoen aan. Kies voor extra vezels in plaats van extra energie.
- Controleer de hoeven. Laat ze elke twee maanden (6-8 weken) bekappen of beslaan. Zeker bij (vermoeden van) hoefbevangenheid.
Elke 6 tot 12 maanden
- Laat het gebit controleren. Bij klachten vaker.
- Plan vaccinaties in overleg met de dierenarts.
- Gaat je paard (weer) de wei op? Doe mestonderzoek en laat je paard ontwormen als het nodig is. Zo verlaag je de kans op besmetting in de wei.
- Vraag een senior-consult aan bij de dierenarts bij tekenen van PPID of EMS.
Wanneer bel je de dierenarts?
Wees alert bij deze signalen:
- Proppen maken, kwijlen of vermageren.
- Kreupelheid of stijfheid na rust.
- Warme of gevoelige hoeven.
- Vacht die niet ruift (verhaart) of terugkerende infecties.
- Benauwdheid, hoesten of stofgevoeligheid.
Twijfel je? Bel liever een keer te vaak dan te weinig.








