Controleer regelmatig zelf
Controleer het gebit zelf regelmatig. Waar let je op?
- Of het tandvlees roze en egaal van kleur is.
- Of er geen nare lucht uit de mond komen.
- Of je boven en onder zes snijtanden telt.
- Of je geen afgebroken tanden ziet.
Naast deze bovenstaande dingen, zijn er nog meer manieren om gebitsproblemen te ontdekken. Lees ook: Gebitsproblemen bij je paard herkennen
Laat het gebit controleren door een paardentandarts
Laat een paardentandarts (dierenarts) regelmatig een gebitscontrole doen bij je paard. Een paardentandarts controleert of het gebit gezond is. Zo voorkom je ongemakken. Ook kan hij eventuele gebitsproblemen verhelpen. Plan ze met deze regelmaat in:
- 2 gebitscontroles per jaar in de leeftijd van 2,5 tot 5-6 jaar.
-
1 gebitscontrole per jaar vanaf 6 jaar.
Een jong paard laat je vaker controleren. Vanaf 2,5 jaar begint een paard met wisselen. Dat gaat niet altijd vlekkeloos. Een melktand of melkkies laat soms niet goed los en dat kan zorgen voor kauwproblemen. Ook paarden met gebitsproblemen of oudere paarden hebben vaak meer controles nodig.

De paardentandarts.
Een paardentandarts is een gespecialiseerd dierenarts of een gediplomeerd gebitsverzorger die het gebit van paarden controleert en behandelt. Hij kijkt naar slijtage, wondjes en scheve stand. Ook vijlt hij scherpe randen weg, corrigeert haken en adviseert over wat je kunt doen bij pijn of slecht kauwen.
Geef genoeg ruwvoer
Ook voor het voer is een rol weggelegd in de gebitsverzorging. Je wil dat je paard de tanden en kiezen genoeg gebruikt en oppervlakten gelijkmatig afslijt. Zorg daarom voor genoeg ruwvoer. Van nature eet een paard kleine beetjes, verspreid over de dag.
Lees ook: Het gebit van
je paard en voeding

Genoeg ruwvoer. Zorg dat je paard genoeg ruwvoer kan eten. Hij zou nooit langer dan 6 uur per dag zonder ruwvoer moeten staan.




