Gebitsproblemen bij een paard.
Paarden wisselen hun snijtanden en kiezen tot hun vijfde levensjaar. Soms komen melkkiezen niet goed los: ze blijven op de nieuwe kies zitten (doppen). Verder kan te zacht voer in het rantsoen, zoals veel weidegras en kuilgras, ervoor zorgen dat kiezen niet gelijkmatig slijten. Er kunnen scherpe punten ontstaan (haken). Die beschadigen weer de wangen, tong, lippen of het gehemelte. Daarnaast kunnen paarden tandsteen krijgen of tanden of kiezen breken.
Problemen met het gebit maken kauwen lastig. En dat werkt weer negatief door in de gezondheid van je paard. Het ongemak van een pijnlijk gebit kan zelfs doorwerken in het gedrag van een paard. Daarom is het belangrijk om gebitsproblemen snel te ontdekken.
Herken gebitsproblemen tijdens het voeren
De meeste gebitsproblemen kun je opmerken tijdens het voeren. Je paard laat bijvoorbeeld een van onderstaande dingen zien.
-
Hij morst vaker met zijn eten.
-
Hij eet meer hooi dan krachtvoer (brokken kunnen pijnlijk zijn)
-
Hij maakt proppen van ruwvoer (hij spuugt halfgekauwd voer weer uit).
-
Hij weekt zijn voer in de waterbak
-
Hij eet langzamer, slechter of niet.
Hij verliest gewicht (dit kan bij oudere paarden een teken zijn van een gebitsprobleem. Lees ook: Verzorging van een senior paard).
Heeft je paard moeite met eten door gebitsproblemen? Pas dan het voer aan. Lees ook: Het gebit van je paard en voeding

Herken gebitsproblemen aan vervelend gedrag
Een paard kan zich door pijn in zijn gebit vervelend gaan gedragen. Het bit kan pijn doen in de mond. Die pijn probeert je paard tijdens het rijden te ontvluchten. BIjvoorbeeld door te bijten, schudden of slaan met het hoofd en zelfs te bokken.
Paardentandarts inschakelen. Plan jaarlijks (en bij jonge paarden tot de leeftijd van 6 jaar tweemaal per jaar) een afspraak met de paardentandarts in. Die kan gebitsproblemen ontdekken, nog voor ze problemen geven.





