Goede bodem
Een sterke plant start onder de grond. Dus zorg voor een goede bodem die luchtig en voedzaam is en vocht vasthoudt.
Leg je een nieuwe moestuin aan, dan is luchtige moestuingrond een logische basis.
Voor zaaien en stekken past een zaai- en stekgrond of vermiculiet beter door de
fijnere, lichtere structuur. In een bestaande moestuin houd je de bodem gezond met compost, mest en mulch.
Compost.
De grond van je moestuin help je losser en rijker te maken met compost. Dit is een bodemverbeteraar. Je zorgt ermee dat wortels beter kunnen groeien en voeding beter kunnen opnemen.


Mest.
Compost is waardevol, maar soms hebben gewassen nog meer voeding nodig. Die geef je met bemesting. Kies voor een organische moestuinmest, want die verbetert ook de bodem. Lees ook: Hoe en wanneer bemest je de moestuin?
Mulch.
Een goede moestuingrond droogt niet te snel uit. Een mulchlaag is daarom nuttig. Leg een laagje stro, compost, houtsnippers, boomschors of cacaodoppen rond de planten. Deze bodembedekkers laten de bodem minder snel uitdrogen. En een bonus: onkruid krijgt minder kans.


Zuurgraad.
Wil je niets aan het toeval overlaten, houd dan ook de zuurgraad van je moestuingrond in de gaten. Een pH-waarde tussen 6 en 7 is een goed uitgangspunt. Is de bodem te zuur? Strooi kalk om de bodem minder zuur te maken. De zuurgraad test je met een pH- of bodemtestset. Of kom langs bij een Welkoop voor een gratis grondtest.
Alles voor goede moestuingrond:
Moestuin in potten of moestuinbak. Met een een moestuin in potten of een moestuinbak is bijmesten nog belangijker. De grond droogt sneller uit, je geeft vaker water en daardoor spoelt voeding sneller uit.
Goede bewatering
Water is belangrijk voor een moestuin, maar nog belangrijker is de hoeveelheid die je geeft.
Geef grondig water, maar niet te vaak. Beter is dus om diep genoeg water te geven, in plaats van steeds alleen het bovenste laagje nat te maken. Voor jonge planten werkt een gieter met broeskop prettig. Voor rijen of kasplanten is een druppelslang of beregeningsset een slimme methode om water te geven. Gebruik een zwenksproeier als je een groter vak gelijkmatig wilt beregenen.

Alles voor goede bewatering:
Water geven in de ochtend. Geef bij voorkeur vroeg in de ochtend water. Dan hebben je planten de hele dag wat aan het vocht. De natte bladeren drogen sneller op, wat de kans op schimmels kleiner maakt. Geef je laat op de avond water, dan blijven de bladeren en grond nat en dat trekt slakken aan.
Goede standplaats
Ook de plek van de plant speelt mee. Sommige gewassen willen veel zon. Andere liever wat minder. Kijk daarom altijd naar het advies op de verpakking van je zaden, zodat je een goede standplaats kiest.
Een goede standplaats gaat ook over of je gewassen ruimte hebben, recht groeien en niet op grond hangen. Hoge en klimmende gewassen moet je daarom steun geven. Voor tomaten, komkommers en stokbonen gebruik je daarom stokken, rekken en bindmateriaal. Zo groeien je gewassen netter en steviger.
Soms kun je ook de omstandigheden beter maken. Bijvoorbeeld met vliesdoek of een kweekkas. Ze beschermen jonge plantjes tegen kou en wind. Door de warmere omstandigheden, versnel je zelfs de groei wat. Ook kun je met deze hulpmiddelen een voorsprong nemen in het seizoen, waardoor je meer opbrengst krijgt.





















