Slim oogsten
Ga bij het oogsten slim te werk. Het draait om het juiste moment.
Oogst wat je nodig hebt
Oogst wat je die dag nodig hebt en laat de rest nog even staan. Sommige groenten hoef je niet allemaal tegelijk te oogsten.
Wortels, bieten, pastinaak, knolselderij, rapen, prei en kolen kun je vaak nog even in de grond laten staan. Oogst bijvoorbeeld alleen de grootste exemplaren: kijk bij wortels bijvoorbeeld naar de doorsnede van het gedeelte onder het loof. Laat de rest nog even doorgroeien. Bij groenten en kruiden zoals snijsla, pluksla, postelein, spinazie, peterselie en bieslook oogst je een gedeelte van het blad. De plant groeit daarna vrolijk door en later oogst je opnieuw. Van vruchtgroenten zoals tomaten, aubergines en courgettes, oogst je de rijpe vruchten.

Oogst wat je niet lang kan laten zitten
Bij sommige soorten moet je juist vaker oogsten. Als je ze te lang laat zitten, wordt de oogst minder goed. Rijp? Oogsten.
Courgette: wordt snel groot, waterig en minder smaakvol.
Komkommer: kan dik en bitter worden.
Bonen en peulen: worden taai als je te lang wacht.
Sla, spinazie en andijvie: kunnen doorschieten, vooral bij warmte.
Radijs: wordt snel sponsachtig of scherp.
Zachte kruiden: knip liever regelmatig kleine beetjes.
Sorteren: eten, bewaren of verwerken
Vandaag een salade, morgen soep en later een pot tomatensaus uit eigen tuin. De oogst uit je moestuin wil je optimaal benutten. Sorteer daarom meteen na het oogsten wat je hebt. Zo houd je het overzicht.
Bekijk je oogst en bedenk:
Wat eet je vandaag
Wat bewaar je een paar dagen
Wat verwerk je voor later
Vandaag op je bord.
Van jonge sla, radijs, komkommer en verse kruiden kun je een salade maken. Wortels, bieten of courgette kun je in de oven roosteren met wat olie en kruiden. Van rijpe tomaten maak je snel een saus, soep of broodje met basilicum. Bonen kook je kort en eet je met aardappels of door een salade. En heb je veel kruiden? Maak kruidenboter, pesto of een frisse dressing.
Bewaren.
Niet alles hoeft dezelfde dag op. Bladgroenten, zoals sla, spinazie en snijbiet, blijven maar kort goed. Leg ze koel en gebruik ze snel. Wortels, bieten, pastinaak en knolselderij kun je langer bewaren op een koele plek, bijvoorbeeld in de schuur of een kelder. Laat uien eerst goed drogen voordat je ze bewaart. Tomaten, komkommer en courgette kun je ook even bewaren – wel het beste buiten de koelkast, tenzij het erg warm is.
Verwerken.
Soms komt alles tegelijk. Dan oogst je elke dag tomaten, courgettes of komkommers. Dan is verwerken slim. Maak tomatensaus, courgettesoep, ingelegde komkommer of bieten in zuur. Bonen, wortels en spinazie kun je goed invriezen. Heb je een overvloed aan fruit of groenten zoals tomaten, bonen, wortels, peren of appels? Dan is wecken handig. Daarmee bewaar je je oogst maandenlang in potten.
Beschadigde groenten. Gebruik beschadigde groenten als eerste. Die zijn vaak nog prima voor soep, saus of een roerbakgerecht.
Kruiden oogsten en gebruiken
Kruiden knip je het best regelmatig. Zo blijft de plant compact en groeit hij mooi door. Zachte kruiden, zoals peterselie, munt en basilicum, kun je fijnsnijden en invriezen in een ijsblokjesvorm. Doe er wat water of olie bij. Harde kruiden, zoals rozemarijn, tijm, salie en oregano, kun je goed drogen. Hang ze op een droge, luchtige plek en bewaar ze daarna in een schoon potje.
Deel je oogst uit
Slim omgaan met je oogst voorkomt dat goede groenten en kruiden verloren gaan. Blijft er nog steeds veel over? Deel je oogst uit. Geef een mandje tomaten, boontjes of verse kruiden aan je familie, vrienden of buren. Dat is een klein cadeau uit eigen tuin. Zo geniet iemand anders mee van jouw moestuin en hoef jij niets weg te gooien.
Geniet van je eigen oogst met Welkoop.
Met een moestuin geniet je het hele jaar door van je eigen oogst. Heb je een vraag over moestuinieren? Kom langs in één van onze winkels. We geven je graag advies.




