Verschillen in de afrastering
Een afrastering bestaat uit geleiders (draad/koord/lint of net), palen en een doorgang. Gebruik je stroom, dan heb je ook een schrikdraadapparaat, isolatoren, aardpennen en goede verbindingen nodig. Lees ook: Hoe werkt elektrische afrastering?
Belangrijke verschillen in afrastering zitten hem in de hoogte, het aantal draden, de zichtbaarheid en stroom. Dit alles moet geschikt zijn. Je wil niet dat je dieren kunnen ontsnappen en verdwalen. Tegelijk wil je je dieren beschermen tegen roofdieren en andere ongewenste dieren.
Ook zit er verschil in kwaliteit, let daar ook op. Dit zit hem onder meer in de weerstand in het draad. Hoe lager de weerstand, hoe beter de geleiding van het stroomdraad en hoe meer spanning op het draad.
Ook de grootte van het gebied speelt mee, wanneer je een afrastering kiest. Ga je een groot gebied omheinen, dan is een permanente afrastering vaak beter.
Natuurlijke afrastering. Woon je in een gebied met veel struiken en bomen? Denk dan ook aan een natuurlijke afrastering: een takkenwal of haag. Het oogt vriendelijk in de omgeving. Wel heeft een haag onderhoud nodig en moet je hem in het begin ondersteunen met palen of gaas. Daarnaast gaan er enkele jaren overheen voordat de haag echt dicht is gegroeid.
Richtlijnen voor een goede afrastering
Schapen
Permanent of tijdelijk? Heb je vaste percelen, ga dan voor een permanente afrastering. Wissel je vaak van plek, dan werkt een schapennet snel.
Hoe zit het in elkaar? Ga uit van 100 centimeter hoogte en 4 draden. Span de onderste stroomdraad laag, op 25 centimeter en houd deze draad vrij van gras. Bij tijdelijk: kies een schapennet met stevige palen.
Tip: Wol isoleert. Schapen voelen de tik van stroom dus vooral via hun snuit. Houd de onderste draad daarom laag en strak. Houd deze draad ook vrij van gras, want anders verlies je spanning.

Wolven. Woon je in een gebied waar wolven voorkomen, dan is een wolfwerend raster een slimme extra stap. Kies voor een raster van minimaal 120 centimeter hoog met meerdere stroomdraden, waarbij de onderste draad niet hoger hangt dan 20 centimeter boven de grond.
Geiten
Permanent of tijdelijk? Permanent is bijna altijd de veiligste keuze. Tijdelijk kan, maar maak de afrastering dan extra stevig.
Hoe zit het in elkaar? Ga uit van 140 centimeter hoogte en 5 tot 7 draden. De onderste draad span je op 25 centimeter hoogte. Zorg dat de bovenste draad een stroomdraad is, en eventueel ook een op neushoogte.
Tip : Geiten zijn slim en eigenwijs. Ze klimmen, drukken en testen alles. Zorg daarom voor sterke hoekpalen en goede hoekisolatoren. Vermijd horizontale spijlen waar ze op kunnen staan.

Runderen
Vast of tijdelijk? Beide kan. Vast voor vaste percelen of langs perceelranden. Tijdelijk kan bij rotatiebegrazing en stripgrazen.
Hoe zit het in elkaar? Ga uit van 110 centimeter hoogte. 1 of 2 stroomdraden zijn vaak genoeg, met sterke palen en goede aarding. Bij jongvee neem je 2 tot 3 draden.
Tip: De afrastering kan met minder draden, wel moet de aardig kloppen. Bij runderen is het zo: wanneer de eerste ervaring met het stroomdraad onaangenaam is, respecteren ze de afrastering goed.

Paarden
Permanent of tijdelijk? Permanent is het veiligst rondom de paddock en weide. Tijdelijk kan voor het afzetten van stukken gras. Zorg dan wel dat de afrastering goed zichtbaar is.
Hoe zit het in elkaar? Ga uit van 140 centimeter hoogte met drie zichtbare draden. Kies voor lint of dik koord (minimaal 5mm) op stevige palen.
Tip: Paarden kunnen schrikken en zich bezeren. Kies daarom zichtbaar materiaal (vermijd dunne draden) en werk netjes: geen losse uiteinden, rommelige knopen, scherpe randen of spijkers.

Kippen
Permanent of tijdelijk? Tijdelijk werkt fijn voor als je de ren wil verplaatsen. Anders werkt een permanente afrastering het beste.
Hoe zit het in elkaar? Neem fijnmazig gaas of kippennet als afrastering. Bij een open bovenkant moet de afrastering 120 tot 180 centimeter hoog zijn, om te voorkomen dat de kippen eruit vliegen. Zorg voor een dicht nachthok.
Tip: Denk aan bovenkant én onderkant. Roofdieren graven of klimmen. Zet gaas vast op de grond: graaf het 20 tot 30 centimeter in de grond.

Alles voor een goede afrastering:
Controleer regelmatig. Om uitbreken te voorkomen en te zorgen dat je dieren veilig zijn, is het belangrijk om de afrastering regelmatig te controleren. Zeker in het voorjaar, als de dieren weer naar buiten gaan. Controleer dan hoe de afrastering erbij staat en of deze nog veilig en intact is. Gebruik bijvoorbeeld een digitale voltmeter of storingsdetector.





